Middelengebruik in de forensische zorg

Dit leertraject is een verdiepingstraject in de forensische leerlijn en gaat over middelengebruik en delictgedrag binnen de forensische setting. De theorieën over het verband tussen middelen en criminaliteit komen aan bod. Verder worden verschillende middelen behandeld en wat de kenmerken daarvan zijn m.b.t. stoornis in het gebruik van middelen. Daarnaast is er aandacht voor de veel voorkomende relatie met LVB en psychische stoornissen. Ook komt aan bod welke plek de relatie tot middelengebruik heeft in de behandeling van de cliënt met het oog op voorkomen van recidive. Tot slot wordt ingegaan op het handelingsperspectief van forensische professionals richting mensen met een afhankelijkheid van middelengebruik.

Leerdoelen

Hoofdleerdoel:

Na afronding van het leertraject;

  • heeft de professional inzicht in, en blijft hij in de dagelijkse praktijk scherp op, de rol die middelengebruik mogelijk speelt in relatie tot het gepleegde delict en risico op recidive.
  • Kan de professional het gebruik van een cliënt plaatsen in het kader van de herstelbenadering en het biopsychosociaal-zingevingmodel.

Subleerdoelen:

De professional:

  • is zich bewust van veelvoorkomende beelden en aannames over middelengebruik (inclusief inzicht hoe de professional hier zelf instaat);
  • begrijpt hoe beelden en aannames over middelengebruik van invloed kunnen zijn op hoe hij mensen met een stoornis in het gebruik van middelen bejegent;
  • is zich bewust van de eventuele samenhang tussen middelengebruik en criminaliteit. Evenals middelengebruik en agressie;
  •  heeft voldoende basiskennis over middelengebruik en stoornissen hierin om signalen daarvan in het werk te herkennen en te begrijpen binnen de forensische context;
  • heeft kennis over de gebruikte (DSM) criteria voor het vaststellen, en herkennen van stoornissen in het gebruik van middelen en te weten op welke levensgebieden het impact kan hebben;
  • heeft een handelingsperspectief om de gebruikte (DSM) criteria voor het vaststellen, en herkennen van stoornis in het gebruik van middelen toe te passen en te weten op welke levensgebieden het impact kan hebben;
  • heeft inzicht in de meest voorkomende vormen van middelengebruik in de forensische sector en hoe deze werken voor en en wat de uitwerking is bij de cliënten;
  • weet hoe deze samenhang per middel en persoon kan verschillen;
  • kan zichzelf en zijn collega’s scherp houden in de dagelijkse begeleiding van cliënten met het oog op middelengebruik;
  • heeft inzicht in de veel voorkomende combinatie van problematiek zoals middelengebruik in combinatie met LVB en psychische/ psychiatrische stoornissen.

 

Doelgroep

De doelgroep bestaat uit medewerkers die werkzaam zijn in de forensische zorg (klinisch, ambulant en begeleid wonen/ maatschappelijke opvang) en direct contact met cliënten hebben. Het kan ook dat ze werkzaam zijn in een instelling met cliënten waar het gedrag vraagt om forensische benadering, eventueel zonder forensische titel. Veelvoorkomende opleidingsachtergronden zijn:

  • ervaringswerkers
  • maatschappelijk werkers
  • psychologen
  • sociaal pedagogisch hulpverleners
  • sociaal psychiatrisch verpleegkundigen
  • sociotherapeuten
  • vaktherapeuten
  • verpleegkundigen

Is dit product voor mij beschikbaar?

Leer mee!

Kijk in jouw leeromgeving of het product beschikbaar is. Lees de toelichting om jouw leeromgeving te vinden.

Gratis
In ontwikkeling

HBO, HBO+Master, WO

2

Dit product is niet geaccrediteerd

ForMid_LT_0224

Leer mee!

Met meer dan 70 leden werken wij aan het verbeteren van de ggz!

Over het lidmaatschap